Overdenking over Lukas 15:1-10
Je hebt vast wel eens iets verloren. Soms is dat helemaal niet erg. Een pen. Een geldstuk van €0,50. Tja, dat gebeurd nu eenmaal. Je haalt je schouders op en gaat verder. Of je merkt het niet eens. Zo onbelangrijk is het. Maar als je iets verliest wat dierbaar voor je is, dan gaat het anders. Je trouwring. Je mobiel. Je autosleutels. Dan schrik je eerst. En geloof je het niet. Ben ik het echt kwijt? Vervolgens ga je in paniek zoeken. Waar ligt het! Waar heb ik het voor het laatst gezien of gebruikt? Je wil het terugvinden, want het is zó kostbaar voor je.
Dat is wat de Heere Jezus ons wil leren. Verloren zondaren zijn zó kostbaar in zijn oog. Hij zoekt juist wat verloren is. Om het te vinden. En te winnen. Te redden van de eeuwige ondergang. En te geven het eeuwige leven. Dat is het prachtige evangelie. Toch is deze boodschap wel confronterend. Want dat verloren schaap, die verloren penning — dat zijn wij. U, jij en ik. Wij zijn verloren zondaren. In onze eigen dwaasheid en fouten lopen we bij God vandaan. Steeds weer. Dom. Kortzichtig. Hoogmoedig. Ook dodelijk. Maar toch doen we het. Adam en Eva hebben dat gedaan, in het paradijs. Maar – als we eerlijk zijn – wij net zo goed. Toch? In onze keuzes, in ons gedrag. Eigen wegen gaan, dat gebeurt zo snel. We zijn zo hardleers.
Wat heerlijk om dan te zien op Jezus Christus. Want met wie wordt Hij gezien? Met zondaren en tollenaren! Juist daar wil Hij zijn. Om hen het evangelie te verkondigen. Om hen het leven te geven. Dat geeft Hem en zijn hemelse Vader intense blijdschap. Zo is God. Hij heeft geen behagen in de dood van de zondaar, maar daarin dat hij zich bekeert en leeft.
De Farizeeën en de Schriftgeleerden snappen er niets van. Zij kennen geen genade. Zij kennen Gods barmhartigheid niet. Net als Jona denken zij: wij zijn heilig, wij zijn goed in Gods ogen. En deze zondaren niet, die kunnen niet aan ons tippen. Die zijn afgeschreven. Die kunnen we wel voorbij gaan.
Maar die dwaze wetsgeleerden zitten er helemaal naast. God is genadig. Juist daarom zond Hij zijn Zoon. Juist daarom is Jezus onderweg naar Jeruzalem, om daar zijn leven te geven. Voor zondaren. Zoals wij.
Als je eenmaal dit genadewonder kent. Dan vult je hart zich toch met vreugde, als je merkt dat ook andere verloren zondaren gaan luisteren naar Jezus’ stem. Wie ze ook zijn, wat ze ook doen. Dan ben je blij, want Gods genade is aan het werk. Je ziet dat God met hen bezig is. Om hen te trekken. Te lokken. Het wonder van geloof en bekering ook in hun leven te laten groeien.
Luister jij naar de stem van de Heere Jezus? En ben jij blij als anderen luisteren naar Zijn stem?
Geschreven door ds. C. Koster
